28-05-06

“The last pioneer of the North”

Franz Van de Velde beantwoordt zonder twijfel aan het profiel van de klassieke missionaris: een romantische held die, meestal alleen, pionierswerk verricht in verre en onherbergzame landen. Hij trad in bij de Oblaten en vervulde vijftig jaar met volle overgave zijn opdracht in het Hoge Noorden. Wat de Oblaten kenmerkt is hun voorliefde voor het pionierswerk. Ze worden geroemd voor hun ondernemingsgeest en noemen zichzelf ‘de specialisten van de moeilijkste missies’.

Hij was de tweede missionaris die zich op de missiepost te Pelly Bay vestigde. Hij was pater en werd self-made dokter, vroedman, jager en onderwijzer. Het bisdom waar hij werkte telde 13 missieposten en is qua uitgestrektheid te vergelijken met West-Europa. Hij leefde bij de Inuit toen ze nog leefden van jacht en visvangst, iglo’s voor één nacht bouwden en ’s zomers rondtrokken met tentjes.

Naast zijn missie- en pastorale activiteiten maakte hij uitgebreid notities over de Inuitcultuur. Hij noteerde legenden en verhalen, nam gezangen op band op, bestudeerde traditionele gebruiken en gewoontes. De Codex van Pelly Bay (in 1935 gestart door de Franse pater Henry) bevat gedetailleerde informatie over het dagelijks leven van de Netjilikstam. Zijn persoonlijk archief bevat honderden nota’s over de taal en de tradities van de eskimo’s, de kunst iglo’s te bouwen, de visvangst en de jacht, de fauna en flora. Kortom, een rijke bron aan basismateriaal voor etnologische, geografische, biologische, historische, antropologische en linguïstische onderzoek. Tijdens zijn verblijf bij de Netjilik verbleven bij gelegenheid ook onderzoekers op zijn missiepost. Zijn correspondentie getuigt van het feit dat wetenschappers uit diverse disciplines Van de Velde raapleegden. Eens terug in België kwamen poolreizigers ook te rade bij Van de Velde. Hij kon hen informatie verschaffen over het leven aan de pool, zijn ervaringen en kennis van overlevingstechnieken bij extreme koude, over kledij en voedsel. Naar de buitenwereld en vooral tegenover de Canadese overheid verdedigde Van de Velde de eigenheid en het bestaansrecht van de Netjilik-cultuur. Op basis van mondelinge overlevering teruggaand tot 1770 probeerde hij de stambomen en de geschiedenis van zijn ‘parochianen’ uit te tekenen. Zijn archief bevat ook veel gepubliceerd materiaal, documentatie en honderden foto’s.

10:05 Gepost door jan lexocon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.