28-05-06

Netjilik

De Netjilingmiu, letterlijk ‘de mensen van de plaats waar zeehonden zijn’, hebben hun naam te danken aan het Netjilik-meer. Het Netjilik territorium wordt beschouwd als een van de meest onherbergzame ter wereld. Door zijn ligging, circa 350 km boven de poolcirkel, kent het een van de langste en strengste winters op aarde. Vanaf september vriest de zee dicht en het ijs verdwijnt niet voor midden juli. Temperaturen dalen dikwijls onder -50 ° C. De zomer loopt van juli tot september en is mistig en vochtig, zelden wordt het warmer dan 10° C. Vanaf eind mei blijft de zon zes weken lang boven de horizon. In de winter blijft het zes weken donker. Slechts enkele uren is er schemerlicht. Eeuwenlang was een nomadisch jagersbestaan, afgestemd op de seizoensgeboden trek van de dieren, de enige manier van overleven in dit klimaat. Dieren als zeehond, kariboe en muskusos vormden het basisvoedsel en leverden basismaterialen voor het vervaardigen van kleding, werktuigen, wapens, transportmiddelen en behuizing. Uit speksteen werden kookpotten en traanlampen geproduceerd, terwijl sneeuw en ijs de winterbouwmaterialen bij uitstek waren.

Het Inuktitut, de taal van de Inuit, gaat in oorsprong terug op de groep van oud-Aziatische talen. Ze is gezien haar karakter zeer moeilijk aan te leren voor Europeanen. De traditionele Inuit kennen geen schrift. Op het einde van de vorige eeuw werd door de missionarissen een syllabisch schrift aangeleerd.

Toen de Deen Knud Rasmussen begin jaren ’20 acht maanden in het gebied rondreisde om de geestelijke en materiële cultuur van de Netjilik te documenteren, was de invloed van de blanke beschaving al stilaan op gang gekomen. De missionarissen waren niet de eerste Europeanen met wie de Inuit in contact kwamen. Na de eerste ontdekkingsreizigers kwamen walvisvaarders en handelaars in het begin van de 19de eeuw aan de kusten van het hoge noorden aan.

Ook de Canadese politieposten, die instonden voor de ordehandhaving in de NWT en de oprichting van de handelsposten van de Hudson Bay Company hadden een belangrijke invloed op de levenswijze van de Netsjilik. Als gevolg van het ruilen van pelzen, vooral vossenpelzen, tegen westerse producten zoals geweren en munitie, veranderden de jachtpatronen aanzienlijk.

Na de pelshandelaars kwamen vanaf 1860 de eerste missionarissen naar het Poolgebied. Ook hun aanwezigheid had invloed op het materiële en het geestelijke leven van de Netsjilik. De streek rond Pelly Bay werd het werkterrein van de rooms-katholieke missie van de Paters Oblaten van Maria. Zij stichten hun eerste missiepost te Chesterfield Inlet. In 1935 werd de missiepost te Pelly Bay opgericht. Het was hier dat het hart van 'Ataata Vinivi' lag. De interviews, brieven en documenten laten hierover geen twijfel bestaan. Hier voelde van de Velde zich thuis. Hij ging er prat op er als 'Eskimo onder de Eskimo's' te hebben geleefd en hun taal 'zonder accent' te kunnen spreken. 'Ataata Vinivi' rustte niet bij zijn terugkomst, hij bleef over 'zijn volk' spreken, volgde hun wel en wee en bleef bekommerd over hun toekomst.

10:07 Gepost door jan lexocon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.