28-05-06

De Oblatenmissie te Pelly Bay

Op 26 april 1935 werd de Bretoense pater Pierre Henry (1904-1979) vanuit Repulse Bay op weg gezonden om in het Netjilikgebied een missiepost op te richten. Na een moeizame sledetocht van 320 km bereikte hij Pelly Bay op 31 mei 1935. Hij richtte zijn tent op aan de monding van de Kugaardjuk en besloot er te blijven. Hij was de eerste blanke die zich permanent bij de Netjilik in het gebied van Pelly Bay vestigde. Op 23 april 1938 kreeg pater Henry een jonge Vlaamse assistent: Franz Van de Velde, die in 1937 in Repulse Bay was aangekomen.

Een van de eerste werkzaamheden was de bouw van een kleine kerk en een permanente woning. Hout en andere bouwmaterialen dienden te worden aangeleverd van 320 km ver met de hondenslee. De beide paters waren vaak onderweg om bezoek te brengen aan de tijdelijke woonkampen. Het duurde soms meer dan een half jaar vooraleer ze andere blanken zagen. Post en proviand ontvingen ze slechts één maal per jaar.

Naast het verspreiden van de katholieke leer verzorgden ze de zieken en gaven onderwijs. Vanaf 1945 stond pater Van de Velde er alleen voor. De eerste arts bezocht Pelly Bay pas in 1948. Het openen van een eigen winkel door de missie eind jaren ’30 bracht grote veranderingen in het leven van Pelly Bay. De bewoners konden er westerse producten, zoals tabak, thee, textiel, hout, metalen werktuigen en munitie krijgen tegen lagere prijzen dan in de winkels van de Hudson Bay. De missiewinkel lag sinds 1945 ook aan de basis van een belangrijke economische innovatie, namelijk het vervaardigen van sculptuurtjes in ivoor. Het was pater Franz Van de Velde die dit kunstambacht bij de Netjilik heeft gestimuleerd, hij startte ermee begin jaren '40. De snijwerkjes werden een nieuwe bron van inkomsten. Omwille van de beperkte transportmogelijkheden en de moeilijke bereikbaarheid van Pelly Bay werd gekozen voor het vervaardigen van miniatuurtjes. Deze kleine sculptuurtjes werden het handelsmerk van Pelly Bay.

In 1955 werd op 18 km van Pelly Bay een radarstation gebouwd, een onderdeel van een lange keten van dergelijke stations, dwars door Noord-Amerika. Deze radarstations van de Distant Early Warning Line, met hun vliegveld, zendposten en andere communicatiemiddelen haalden de Netjilik voorgoed uit hun isolement. De bevoorradingsposten voor producten uit het Zuiden werden ook afzetposten voor de ivoorsnijwerkjes. Vanaf dan werden de Netjilik volledig opgenomen in de handelseconomie. Het nomadische leven stopte en ze vestigden zich in de buurt van de radarposten. Mede als gevolg van de contacten met blanken kwamen ziektes waartegen de Inuits niet van nature waren bestand. Zo zorgde de griepepidemie van 1960 voor veel doden. Met afvalmaterialen van de DEW Line stations verschenen in ’57-58 de eerste zelfgebouwde barakjes in Pelly Bay. Aanvankelijk werden ze enkel bewoond in de winterperiode en fungeerden ze als tijdelijke basis van waaruit men langdurige jachttochten ondernam. In 1965 diende Franz Van de Velde Pelly Bay te verlaten wegens gezondheidsproblemen. Vervolgens verbleef hij tot 1968 te Iglulik en erna tot 1986 in Hall Beach. In het kader van een ontwikkelingsprogramma werden in 1967 in Pelly Bay de eerste permanente prefabhuizen met beperkt comfort tegen lage prijzen ter beschikking gesteld. Daarna kwam er ook een school en een medische verzorgingsinstelling. De installatie van het westerse systeem van sociale voorzieningen, zoals pensioen en kinderbijslag, werd een feit. Van de Velde uitte zich steeds kritisch tegenover de wijze waarop de Canadese regering in sneltempo dit programma uitvoerde en onvoldoende de gevolgen ervan inschatte. Sociale en andere maatschappelijke problemen en spanningen bleven immers niet lang uit. Van de Velde ijverde voor de rechten van de Inuit, voor zelfbestuur en voor onderwijs in de eigen taal. Hij klaagde wantoestanden aan en vroeg aandacht voor de culturele eigenheid van de Inuit.

10:07 Gepost door jan lexocon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.