28-05-06

Optimisme

"Allo Vosken"
Brieven van Franz Van de Velde aan zijn confrater Gerard De Vos

Onderzoekers en ontwerpers van tentoonstellingen vinden al verscheidene jaren hun weg naar het rijke archief van de Vlaamse oblaat en eskimomissionaris Franz Van de Velde, bewaard in KADOC. Vanaf 20 november bijvoorbeeld loopt in het Gentse Huis van Alijn de tentoonstelling “Voices of Greenland”, waarin ook enkele documenten uit het archief worden getoond. Recent ontving het centrum tientallen brieven (1948-1985) die Van de Velde vanuit zijn missiegebied in het uiterste noorden van Canada schreef aan zijn confrater Gerard De Vos in het thuisland.

In zijn eigen, onnavolgbare recht-voor-z’n-raap-stijl brengt Van de Velde het relaas van zijn persoonlijke wedervaren tussen de leden van de Netjilikstam. Soms laat hij zich daarbij veeleer zwartgallig en kritisch uit over zijn eigen missiewerk en over kleine en grote gebeurtenissen in zijn congregatie, waarover ‘Vosken’ hem inlicht. Maar meestal overheersen Van de Veldes luchtige toon en onverwoestbare optimisme. Zijn brieven zijn doorspekt met humor en pittige anekdoten over de jacht, de ijsberen, het klimaat, de ziekten, de huisdieren, de geschiedenis en de taal, de geografie enz. Niet alleen hangen zij een indringend beeld op van de mens en de missionaris Van de Velde, maar zij leveren ook unieke bouwstenen voor een etnologische studie van de eskimosamenleving.


Franz Van de Velde eet rauwe vis, 1952.

11:47 Gepost door jan lexocon | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

De eskimopater

De eskimopater

(Foto KADOC - KULeuven)

Pater Franz van de Velde vertrok in de jaren '30 als missionaris naar de Inuit in het noorden van Canada. De eskimo's noemden hem 'Ataata Vinivi', wat hetzelfde betekent als pater van de Velde. Bij ons is hij beter gekend als 'de eskimopater'. Een tentoonstelling in het Huis van Alijn brengt zijn geschiedenis via interviews, notities, foto's en zijn verhalenbundel 'de Vinivi's'.

Franz van de Velde was lid van de Oblatenorde. Deze groep was zo een beetje de James Bond onder de missionarissen. Ze noemden zichzelf 'de specialisten van de moeilijkste missies'. Ze gingen naar gebieden waar anderen niet kwamen omdat ze te onherbergzaam of te ver afgelegen waren. Franz van de Velde wist dat hem geen makkelijke missie te wachten stond.

"Maar dat vond hij niet erg", vertelt conservator Sylvie Dhaene. Zij bestudeerde de drie meter hoge stapel archieven, boeken, notities en albums die de eskimopater in de loop der jaren had verzameld. "In zijn notities schrijft hij meermaals dat hij als kleine jongen al gefascineerd was door sneeuw, ijs en het Hoge Noorden. Hij las alle boeken van ontdekkingsreizigers. Voor hem was het een jongensdroom die in vervulling ging."

Van Repulse Bay naar Pelly Bay
(Foto KADOC - KULeuven)

In 1937 ruilde Franz van de Velde het Oost-Vlaamse Landskouter voor Pelly Bay, een regio die 350 kilometer boven de poolcirkel ligt. De streek is een van de meest onherbergzame ter wereld. Daar vestigde hij zich bij de Netjilikstam. "Van de Velde was de tweede missionaris die bij deze stam kwam. De Franse pater Henry arriveerde er twee jaar eerder", vertelt Sylvie Dhaene. Ze werkten acht jaar samen. In 1945 moest pater Henry de post verlaten om gezondheidsredenen. Vanaf dan stond 'de eskimopater' er alleen voor.

De Paters Oblaten hadden een basis in het meer herbergzame Repulse Bay. Daar bleef van de Velde het eerste jaar om te wennen aan het klimaat en de cultuur. "In een van zijn notitieboekjes schrijft van de Velde dat zijn bisschop hem aanraadde om per dag twee uur buiten door te brengen om te wennen aan de kou," herinnert Sylvie Dhaene zich.

"In wintertijd zakt de temperatuur daar tot -60 graden. Sommige paters konden niet wennen aan het klimaat. Boven de poolcirkel blijft het immers per jaar zes weken donker en gaat de zon zes weken lang niet onder." Van de Velde slaagde daar wel in. Na een jaar vertrok hij vanuit Repulse Bay per slee naar Pelly Bay, zo'n 320 kilometer verder.

Pater-anthropoloog
(Foto KADOC - KULeuven)

"Frans van de Velde heeft veel van de Inuit zelf geleerd. In zijn notities schreef hij dat de enige manier om te overleven was door de Inuit te volgen, hun kleren te dragen, hun taal te spreken, door te werken en te leven zoals zij," vertelt Sylvie Dhaene. "In het begin woonde hij in een iglo, later in zijn eigen huisje. Soms zag hij een jaar lang geen andere blanke. Brieven en nieuws van het thuisfront ontving hij pas met een jaar vertraging."

"Uiteraard was de belangrijkste missie van de Velde het katholicisme uitdragen," geeft Sylvie Dhaene toe. "Maar Van de Velde deed 50 jaar lang niet enkel het werk van een pater maar ook dat van een anthropoloog, socioloog en ethnoloog. Hij observeerde de Inuit, beschreef hun cultuur in zijn notities, fotografeerde hen en nam hun liederen en verhalen op met een bandrecorder." Met andere woorden, de eskimopater heeft de wetenschappelijke wereld een gedetailleerde studie van de Inuitbeschaving bezorgd om u tegen te zeggen.

"Pater van de Velde was getuige van een evolutie in de Inuitbeschaving gedurende die 50 jaar dat hij daar was. En dat maakt zijn verhaal precies zo fascinerend", zegt Sylvie Dhaene. "Hij zag de levensstijl van de eskimo's evolueren van een nomadenbestaan naar een leven in nederzettingen. Tot de jaren '50 leefden de Inuit van de jacht en de visvangst. In de winter leefden ze in iglo's en in de zomer trokken ze rond met tenten. Later vestigden ze zich, onder invloed van de Canadese regering, in kleine dorpen naar westers model."

Tweerangsburgers
(Foto KADOC - KULeuven)

"De eskimo's werden beschouwd als tweederangsburgers. Dat begreep van de Velde niet. Hij heeft altijd heel erg geijverd voor het behoud van hun identiteit, cultuur en hun land. Hij bestookte de Canadese overheid constant met vragen," gaat Sylvie Dhaene verder. "Ik geef een voorbeeld uit zijn notities: Hij vond dat de Inuit niet alleen in het Engels maar ook in hun eigen taal moesten worden onderwezen. Hij begreep niet waarom ze aap-mies-noot moesten leren en niet zeehond-ijsbeer."

In 1987 kwam Pater van de Velde terug naar België. De orde verplichtte hem met pensioen te gaan. "Maar in zijn hoofd bleef hij in het hoge Noorden. Terug in België, trok hij van school tot school, van parochiecentrum tot parochiecentrum om te vertellen over de Inuit", besluit Sylvie Dhaene. Daarom kennen veel mensen hier in Vlaanderen hem als 'de pater die op school kwam vertellen over de eskimo's'. Franz van de Velde overleed in 2002. Tot het einde van zijn leven lag zijn hart bij de Inuit.

11:24 Gepost door jan lexocon | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

,,Frans Van de Velde heeft zijn taak volbracht''

,,Frans Van de Velde heeft zijn taak volbracht''

LANDSKOUTER - Zaterdag was de kerk van Landskouter te klein voor het afscheid van pater Frans (François) Van de Velde (92), ook bekend als de eskimo-pater. Er waren heel wat kerkelijke en gemeentelijke gezagsdragers aanwezig om de laatste groet te brengen.

Pater Frans (°30-11-1909) vond zijn laatste rustplaats in de familiekelder naast de kerk waar hij thuis was. Hij kreeg 67 jaar geleden de stola van priester opgelegd. Kanunnik Joos: ,,Die stola heeft hij steeds waardig gedragen bij de armen in het hoge noorden van Canada. Atata Vinivi, vader Van de Velde, plantte als missionaris-oblaat het kruis in eskimo-grond. Nu is zijn taak volbracht.''

Negenenveertig jaar lang verbleef hij in het noorden van Canada bij de eskimo's, die onder druk van de moderne wereld toch hun eigenheid en cultuur wilden bewaren. Pater Frans stond hen in die opdracht bij. Pater Van de Velde heeft met zijn werk heel wat respect afgedwongen. Hij werd ontvangen bij koning Boudewijn, was vriend aan huis bij prinses Margriet en werd in 1986 ereburger van de gemeente Oosterzele. In Landskouter staat ter ere van de pater een monument. De laatste jaren schreef hij zijn memoires. Joos: ,,Meer dan één antropoloog haalde zijn doctoraat dank zij het materiaal dat pater Frans verzamelde. Ondanks zijn lange afwezigheid heeft hij nooit de draad met zijn familie en met het dorp Landskouter doorgeknipt. Zelf vond hij het woord memoires verkeerd gekozen. Memoires zijn toch allemaal leugens, ik schrijf wat ik heb beleefd, vertelde hij.''

Antoon Cnudde, commandeur van de Orde van de Hospitaalridders Sint-Jan van Jeruzalem verwees dan weer naar het boek dat over hem werd geschreven. Cnudde: ,,Tegen de auteur zei hij: ge moet van mij geen held of legendarisch figuur maken. Ik heb alleen mijn plicht gedaan.''

Burgemeester Johan Van Durme noemde pater Frans een voorbeeld voor de jongeren: ,,Onze gemeente is buitengewoon trots op hem.''

11:23 Gepost door jan lexocon | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Human experience

“Maar alles samen heb ik er een heel mooie tijd beleefd. Ik was volledig opgenomen in de Eskimo-gemeenschap. Ik ben er ooit 28 jaar aan één stuk geweest, en soms heb ik in anderhalf jaar niet één blanke gezien. Om het in het Engels te zeggen: de ‘human experience’ die ik daar heb mogen beleven, die is enig. Alle menselijke belevenissen heb ik meegemaakt, van geboorte tot dood, en alles wat daar aan vreugde en verdriet tussenin ligt. Daar ben ik onze Heer dankbaar voor.”

10:10 Gepost door jan lexocon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Netjilik

De Netjilingmiu, letterlijk ‘de mensen van de plaats waar zeehonden zijn’, hebben hun naam te danken aan het Netjilik-meer. Het Netjilik territorium wordt beschouwd als een van de meest onherbergzame ter wereld. Door zijn ligging, circa 350 km boven de poolcirkel, kent het een van de langste en strengste winters op aarde. Vanaf september vriest de zee dicht en het ijs verdwijnt niet voor midden juli. Temperaturen dalen dikwijls onder -50 ° C. De zomer loopt van juli tot september en is mistig en vochtig, zelden wordt het warmer dan 10° C. Vanaf eind mei blijft de zon zes weken lang boven de horizon. In de winter blijft het zes weken donker. Slechts enkele uren is er schemerlicht. Eeuwenlang was een nomadisch jagersbestaan, afgestemd op de seizoensgeboden trek van de dieren, de enige manier van overleven in dit klimaat. Dieren als zeehond, kariboe en muskusos vormden het basisvoedsel en leverden basismaterialen voor het vervaardigen van kleding, werktuigen, wapens, transportmiddelen en behuizing. Uit speksteen werden kookpotten en traanlampen geproduceerd, terwijl sneeuw en ijs de winterbouwmaterialen bij uitstek waren.

Het Inuktitut, de taal van de Inuit, gaat in oorsprong terug op de groep van oud-Aziatische talen. Ze is gezien haar karakter zeer moeilijk aan te leren voor Europeanen. De traditionele Inuit kennen geen schrift. Op het einde van de vorige eeuw werd door de missionarissen een syllabisch schrift aangeleerd.

Toen de Deen Knud Rasmussen begin jaren ’20 acht maanden in het gebied rondreisde om de geestelijke en materiële cultuur van de Netjilik te documenteren, was de invloed van de blanke beschaving al stilaan op gang gekomen. De missionarissen waren niet de eerste Europeanen met wie de Inuit in contact kwamen. Na de eerste ontdekkingsreizigers kwamen walvisvaarders en handelaars in het begin van de 19de eeuw aan de kusten van het hoge noorden aan.

Ook de Canadese politieposten, die instonden voor de ordehandhaving in de NWT en de oprichting van de handelsposten van de Hudson Bay Company hadden een belangrijke invloed op de levenswijze van de Netsjilik. Als gevolg van het ruilen van pelzen, vooral vossenpelzen, tegen westerse producten zoals geweren en munitie, veranderden de jachtpatronen aanzienlijk.

Na de pelshandelaars kwamen vanaf 1860 de eerste missionarissen naar het Poolgebied. Ook hun aanwezigheid had invloed op het materiële en het geestelijke leven van de Netsjilik. De streek rond Pelly Bay werd het werkterrein van de rooms-katholieke missie van de Paters Oblaten van Maria. Zij stichten hun eerste missiepost te Chesterfield Inlet. In 1935 werd de missiepost te Pelly Bay opgericht. Het was hier dat het hart van 'Ataata Vinivi' lag. De interviews, brieven en documenten laten hierover geen twijfel bestaan. Hier voelde van de Velde zich thuis. Hij ging er prat op er als 'Eskimo onder de Eskimo's' te hebben geleefd en hun taal 'zonder accent' te kunnen spreken. 'Ataata Vinivi' rustte niet bij zijn terugkomst, hij bleef over 'zijn volk' spreken, volgde hun wel en wee en bleef bekommerd over hun toekomst.

10:07 Gepost door jan lexocon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De Oblatenmissie te Pelly Bay

Op 26 april 1935 werd de Bretoense pater Pierre Henry (1904-1979) vanuit Repulse Bay op weg gezonden om in het Netjilikgebied een missiepost op te richten. Na een moeizame sledetocht van 320 km bereikte hij Pelly Bay op 31 mei 1935. Hij richtte zijn tent op aan de monding van de Kugaardjuk en besloot er te blijven. Hij was de eerste blanke die zich permanent bij de Netjilik in het gebied van Pelly Bay vestigde. Op 23 april 1938 kreeg pater Henry een jonge Vlaamse assistent: Franz Van de Velde, die in 1937 in Repulse Bay was aangekomen.

Een van de eerste werkzaamheden was de bouw van een kleine kerk en een permanente woning. Hout en andere bouwmaterialen dienden te worden aangeleverd van 320 km ver met de hondenslee. De beide paters waren vaak onderweg om bezoek te brengen aan de tijdelijke woonkampen. Het duurde soms meer dan een half jaar vooraleer ze andere blanken zagen. Post en proviand ontvingen ze slechts één maal per jaar.

Naast het verspreiden van de katholieke leer verzorgden ze de zieken en gaven onderwijs. Vanaf 1945 stond pater Van de Velde er alleen voor. De eerste arts bezocht Pelly Bay pas in 1948. Het openen van een eigen winkel door de missie eind jaren ’30 bracht grote veranderingen in het leven van Pelly Bay. De bewoners konden er westerse producten, zoals tabak, thee, textiel, hout, metalen werktuigen en munitie krijgen tegen lagere prijzen dan in de winkels van de Hudson Bay. De missiewinkel lag sinds 1945 ook aan de basis van een belangrijke economische innovatie, namelijk het vervaardigen van sculptuurtjes in ivoor. Het was pater Franz Van de Velde die dit kunstambacht bij de Netjilik heeft gestimuleerd, hij startte ermee begin jaren '40. De snijwerkjes werden een nieuwe bron van inkomsten. Omwille van de beperkte transportmogelijkheden en de moeilijke bereikbaarheid van Pelly Bay werd gekozen voor het vervaardigen van miniatuurtjes. Deze kleine sculptuurtjes werden het handelsmerk van Pelly Bay.

In 1955 werd op 18 km van Pelly Bay een radarstation gebouwd, een onderdeel van een lange keten van dergelijke stations, dwars door Noord-Amerika. Deze radarstations van de Distant Early Warning Line, met hun vliegveld, zendposten en andere communicatiemiddelen haalden de Netjilik voorgoed uit hun isolement. De bevoorradingsposten voor producten uit het Zuiden werden ook afzetposten voor de ivoorsnijwerkjes. Vanaf dan werden de Netjilik volledig opgenomen in de handelseconomie. Het nomadische leven stopte en ze vestigden zich in de buurt van de radarposten. Mede als gevolg van de contacten met blanken kwamen ziektes waartegen de Inuits niet van nature waren bestand. Zo zorgde de griepepidemie van 1960 voor veel doden. Met afvalmaterialen van de DEW Line stations verschenen in ’57-58 de eerste zelfgebouwde barakjes in Pelly Bay. Aanvankelijk werden ze enkel bewoond in de winterperiode en fungeerden ze als tijdelijke basis van waaruit men langdurige jachttochten ondernam. In 1965 diende Franz Van de Velde Pelly Bay te verlaten wegens gezondheidsproblemen. Vervolgens verbleef hij tot 1968 te Iglulik en erna tot 1986 in Hall Beach. In het kader van een ontwikkelingsprogramma werden in 1967 in Pelly Bay de eerste permanente prefabhuizen met beperkt comfort tegen lage prijzen ter beschikking gesteld. Daarna kwam er ook een school en een medische verzorgingsinstelling. De installatie van het westerse systeem van sociale voorzieningen, zoals pensioen en kinderbijslag, werd een feit. Van de Velde uitte zich steeds kritisch tegenover de wijze waarop de Canadese regering in sneltempo dit programma uitvoerde en onvoldoende de gevolgen ervan inschatte. Sociale en andere maatschappelijke problemen en spanningen bleven immers niet lang uit. Van de Velde ijverde voor de rechten van de Inuit, voor zelfbestuur en voor onderwijs in de eigen taal. Hij klaagde wantoestanden aan en vroeg aandacht voor de culturele eigenheid van de Inuit.

10:07 Gepost door jan lexocon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

“The last pioneer of the North”

Franz Van de Velde beantwoordt zonder twijfel aan het profiel van de klassieke missionaris: een romantische held die, meestal alleen, pionierswerk verricht in verre en onherbergzame landen. Hij trad in bij de Oblaten en vervulde vijftig jaar met volle overgave zijn opdracht in het Hoge Noorden. Wat de Oblaten kenmerkt is hun voorliefde voor het pionierswerk. Ze worden geroemd voor hun ondernemingsgeest en noemen zichzelf ‘de specialisten van de moeilijkste missies’.

Hij was de tweede missionaris die zich op de missiepost te Pelly Bay vestigde. Hij was pater en werd self-made dokter, vroedman, jager en onderwijzer. Het bisdom waar hij werkte telde 13 missieposten en is qua uitgestrektheid te vergelijken met West-Europa. Hij leefde bij de Inuit toen ze nog leefden van jacht en visvangst, iglo’s voor één nacht bouwden en ’s zomers rondtrokken met tentjes.

Naast zijn missie- en pastorale activiteiten maakte hij uitgebreid notities over de Inuitcultuur. Hij noteerde legenden en verhalen, nam gezangen op band op, bestudeerde traditionele gebruiken en gewoontes. De Codex van Pelly Bay (in 1935 gestart door de Franse pater Henry) bevat gedetailleerde informatie over het dagelijks leven van de Netjilikstam. Zijn persoonlijk archief bevat honderden nota’s over de taal en de tradities van de eskimo’s, de kunst iglo’s te bouwen, de visvangst en de jacht, de fauna en flora. Kortom, een rijke bron aan basismateriaal voor etnologische, geografische, biologische, historische, antropologische en linguïstische onderzoek. Tijdens zijn verblijf bij de Netjilik verbleven bij gelegenheid ook onderzoekers op zijn missiepost. Zijn correspondentie getuigt van het feit dat wetenschappers uit diverse disciplines Van de Velde raapleegden. Eens terug in België kwamen poolreizigers ook te rade bij Van de Velde. Hij kon hen informatie verschaffen over het leven aan de pool, zijn ervaringen en kennis van overlevingstechnieken bij extreme koude, over kledij en voedsel. Naar de buitenwereld en vooral tegenover de Canadese overheid verdedigde Van de Velde de eigenheid en het bestaansrecht van de Netjilik-cultuur. Op basis van mondelinge overlevering teruggaand tot 1770 probeerde hij de stambomen en de geschiedenis van zijn ‘parochianen’ uit te tekenen. Zijn archief bevat ook veel gepubliceerd materiaal, documentatie en honderden foto’s.

10:05 Gepost door jan lexocon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |